Lief dagboek,
 
De afgelopen 10 dagen was ik in Italië met mijn klas. Dat was heel leuk. We hebben heel veel gedaan. Bijvoorbeeld de dingen die ik nu ga vertellen.

We gingen heerlijkjes met de bus, wat natuurlijk een enorme lust is voor mensen die al bijna over hun nek gaan bij een ritje van Zeist naar Utrecht. Ik dus. Op de een of andere manier heb ik het toch volgehouden om 22 uur in die bus door te brengen zonder hem te vervuilen met braaksel.
We hadden 2 buschauffeurs, de eerste was Robèrt, kortweg Rob. Een olijke man die niet bekend was met het begrip ‘stilte’. Onze 4 begeleiders gingen om de beurt naast hem zitten, omdat zijn geratel gewoonweg onmogelijk te verdragen was voor één persoon. Rob mocht dan een vriendelijke man zijn, maar hij wist helaas niet hoe de ramen achterin zijn voertuig dicht moesten. Dit hebben we geweten; ingepakt in wollen dekens en sokken brachten wij de nacht klappertandend door.
Halverwege de tocht nam onze tweede chauffeur het over. Hij heette Wim en was geen vrolijkerd. Hij praatte aanzienlijk minder dan onze Rob, en dit was maar goed ook, want het kostte de grootste inspanning om iets te verstaan van wat hij murmelde. Hij zou het goed doen als norse achtergrondmompelaar op tv of de radio. Wel kreeg hij de ramen dicht, wat hem de bijnaam ‘Superwim’ opleverde. Of hij hiermee in zijn nopjes was, is niet te zeggen. Wim heeft ons gedurende de 10 dagen in Italië vergezeld tijdens onze uitstapjes, daarom namen onze begeleiders elke dag 2 volle powerbanks mee. Wim was namelijk niet gemaakt voor buiten de Benelux en Google Maps was onze enige redding. Wim reed meerdere keren smalle, steile steegjes in, de ‘verboden voor bussen’-borden negerend (hij was ook nogal koppig), wat leidde tot vertragingen van enkele uren per dag.
Ook voelde hij zich meer dan eens bedreigd in dit vreemde, verre land. Gelukkig kon hij dan altijd ons opbellen, alleen was het helaas onmogelijk te verstaan waar hij dan precies bang voor was. Goddank heeft hij het overleefd zonder ontvoerd te worden door snode Italianen in Jeeps.
 
Ons huis was prachtig. Het was een enorme villa bovenop een heuvel, met een privézwembad, van waaruit we uitzicht hadden op het dal onder ons en in de avond konden we de lichtjes van het dorp Vinci zien. Vinci zelf was overigens een klein gat, waar niks was, behalve een matig museum over Leonardo da Vinci, waar we even snel doorheen zijn geracet voor de goede orde.

Omdat het een kunstreis was, zijn we in nog een heleboel andere musea geweest. Zoals de Galeria del Academia, waar we de beroemde David van Michelangelo hebben gezien. Dat was heel bijzonder, maar eerlijk gezegd was ik meer onder de indruk van het schilderij ‘De geboorte van Venus’, van Botticelli, die in het Uffizi hing. In Florence zijn trouwens ook de Boboli tuinen, wat niet per se een aanrader is als je van bloemen houdt, aangezien die er niet zijn. Mocht je fan zijn van heggen, daarentegen, dan zit je er goed. Wij hebben daar even de nieuwe clip voor Hollands Next Top Model geschoten.

De leukste plek vond ik echter het kleine stadje San Gimignano. Hij staat bekend om de vele hoge torens, van waaraf vroeger volwassen mensen elkaar bekogelden met dingen als ze jaloers op elkaar waren. Dat vind ik een heel vermakelijk idee. We zijn zelf op zo’n toren geweest en hebben heel verstandig onze eigen gooineiging netjes onderdrukt.  
 
De op een na laatste dag zouden we naar een klimbos gaan, maar volgens mij had Wim daar niet zo’n zin in (misschien was hij bang dat gemene Italianen hem zouden dwingen in de hoogste boom te klauteren en dat hij dan niet meer naar beneden zou durven komen). Waar het op neer komt, is dat we het bos nooit hebben bereikt, maar wel hebben we 4 uur lang vanuit de bus heerlijk naar Italiaanse tankstations kunnen kijken. Maakte allemaal helemaal niks uit; wij vermaakten ons wel met K3 muziek. Uiteindelijk gingen we naar Vinci, om daar in godsnaam dan maar te gaan lunchen. We kwamen terecht bij een soort bejaardentehuis, waar een sterke geur hing van oude vrouwen bedekt met aardappelpuree. De ober was tevens de kok en kon geen woord Engels, en we hebben allemaal iets besteld wat niet op de kaart stond. Het was erg lekker, maar we moesten flink dooreten, want de oberkok wilde met siësta. Omdat we zo snel hadden gegeten, hadden we natuurlijk buikpijn, en kreunend sleepten wij ons daarna voort door de uitgestorven straten van het bruisende Vinci.
 
Ondanks dit alles (of juist dankzij?) waren de afgelopen 10 dagen onvergetelijk voor mij. Bedankt allemaal voor de heerlijke tijd!
 
Nou, doei……!

P.S.: We zijn ook nog per ongeluk een tentoonstelling van Anish Kapoor binnengelopen. Dat was heel leuk. Einde.

Plaats reactie


Blijf op de hoogte!